Facebook YouTube E-mail
Home Pers Banksparen
formats

Banksparen

Gepubliceerd op 19/03/2012 door in Pers

Banksparen: makkelijker kunnen we het niet maken!

Sinds een aantal jaren kennen we bankspaarproducten. Zij vormen de tegenhangers van verzekeringsproducten die we al jaar en dag kennen. Bankspaarproducten kenmerken zich door een hoge mate van transparantie. Ze zijn daarmee gemakkelijk te doorgronden. Je stort geld op een rekening en krijgt daar rente over. Als klap op de vuurpijl bieden bankspaarproducten ook vaak nog een beter rendement dan de verzekerde tegenhangers. Wel moet er voor worden gewaakt dat bankspaarproducten al te gemakkelijk worden geadviseerd. Bankspaarproducten kennen ook immers nadelen. Het is voor de adviseur dan ook van belang dat hij goed op de hoogte is van de voor- en nadelen van bancaire en verzekerde producten.

Bankspaarproducten zijn fiscaal gefacilieerde spaarvormen bij een bank of een beleggingsinstelling. Fiscaal gefacilieerd wil zeggen dat:

  • de inleg voor de inkomstenbelastingheffing aftrekbaar is. Dit is het geval bij lijfrentevoorzieningen,
  • de ontvangen rente onbelast blijft. Dit geldt bij de bank voor de spaarrekening eigen woning (SEW) die vaak onderdeel uitmaakt van de populaire bankspaarhypotheek,
  • de van de werkgever ontvangen gouden handdruk niet bij toekenning als loon belast wordt (goudenhanddrukstamrecht), of
  • er een vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing van box 3 geldt. Dit is het geval met de uitvaartrekening.

 

Tussen bancaire en verzekerde producten bestaan wettelijke verschillen. Deze vallen uiteen in civielrechtelijke aspecten – in het bijzonder erfrecht, huwelijksvermogensrecht en faillissementsrecht – en fiscaalrechtelijke aspecten. Het is de bedoeling van de wetgever geweest om de wettelijke spelregels voor bancaire producten zo veel als mogelijk gelijk te trekken met de voor verzekeringsproducten geldende wettelijke spelregels. Daarbij is de wetgever helaas wat slordig te werk gegaan, waardoor onbedoeld (?) verschillen zijn ontstaan. Om een paar voorbeelden te noemen:

  • Om een SEW te kunnen openen moet de rekeninghouder zélf een eigen woning hebben. Dat is beperkter dan bij de kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Een KEW kan ook gesloten worden als de partner een eigen woning heeft.
  • Als een kind van bijvoorbeeld 26 jaar een nabestaandenlijfrente moet overeenkomen, dan moet het bij de bank een vier jaar durende nabestaandenlijfrente zijn. Bij de verzekeraar mag bijvoorbeeld ook een twee jaar durende nabestaandenlijfrente worden overeengekomen.

 

Maar er zijn ook verschillen die wettelijk niet weg te nemen zijn. Al deze verschillen kunnen in een concreet geval van groot belang zijn. Soms pakt het verschil uit in het voordeel van het bancaire product; soms ook in het voordeel van het verzekeringsproduct.

 

De verschillen zitten niet alleen in de fiscaliteit. Van groter belang zijn vaak de juridische verschillen. Zo werken bankspaarproducten in overlijdenssituaties, in vergelijking met levensverzekeringen, nalatenschapverhogend, met mogelijk een hogere heffing van erfbelasting tot gevolg. Dit mag gerust een nadeel van banksparen worden genoemd. Daar staan dan weer voordelen tegenover. Bankspaarproducten kennen bijvoorbeeld geen kortlevenrisico. Vermogensverlies door overlijden kan daarmee niet optreden.

 
 Share on Facebook Share on Twitter Share on Reddit Share on LinkedIn
Reageren uitgeschakeld  comments